dinsdag 14 april 2020

Paramaribo 28 juli 1972

Zo, dan ga ik maar verder op het punt waar Marga is geĆ«indigd. We gaan vanavond toch niet naar het cabaret, omdat ik anders geen kans zie om mijn brieven te schrijven.Deze brief moet beslist vanavond, omdat hij morgen met het vliegtuig mee moet. We hebben vandaag ons tweede pakket tijdschriften via de zeepost ontvangen. Dus de pessimistische voorspellingen over hoelang die pakketten onderweg zouden zijn komen in de praktijk niet uit. We lezen in jullie post van alle kanten  dat er in Nederland een hittegolf heerst. Hier is het zo'n beetje het tegenovergestelde aan de hand. Er is de laatste twee weken zoveel regen gevallen, dat de Surinamers zelf, die op dat gebied toch heel wat gewend zijn, spreken over een uitzonderlijke natte natte tijd. Eigenlijk had de droge tijd al begonnen moeten zijn.
Afgelopen zondag heb ik met onze beide gasten en lange Jan Doeven een fietstocht gemaakt tussen de buien door. Via de Kwattaweg en de Tweede Rijweg naar de Verlengde Gemenelandsweg, een nu eens redelijke dan weer bar slechte alfaltweg, die zich via de buitenwijken van Paramaribo slingerend een weg zoekt naar het dorpje Uitkijk aan het Saramaccakanaal aan de westkant van de stad. Langs die weg zagenwe een mooi Hindoetempeltje en even verder een groot aantal simpele houten stalletjes van waar uit kokosnoten aan de man of vrouw werden gebracht. Niet die bruine harige dingen, zoals we ze in Nederland kennen, maar  groene gladde vruchten, die wel twee keer zo groot zijn als de bij ons als kokosnoot bekend staande vrucht. De noot wordt hier eerst met een groot kapmes gescalpeerd, waarna men de overvloedige kokosmelk kan drinken. Halfweg naar Uitkijk sloegen we rechts een pad in, dat langs een brede trens (zo noemt men hier een sloot) liep. Aan beide zijden van de trens stonden armoedige maar schilderachtige woningen. Op regelmatige afstanden waren de oevers van de trens verbonden door wankele bruggetjes waarop dan weer javaanse vrouwen met ronde rieten hoofddeksels op hun hoofd en dan weer hindoestaanse vrouwen met hoofddoek om stonden te vissen. Aan het eind van de trens maakte de weg een bocht naar rechts, waarmee we van een gebied met kleine akkertjes terecht komen in een prachtig natuurgebied. Aan beide kanten van de weg "swamp", oftewel drasland, moeras, wild begroeid met allerlei planten. We horen van alle kanten vogelgeluiden. We zien reigers overvliegen en hoog boven ons een roofvogel. We komen uit op de Derde Rijweg, die vervolgens weer terugvoert naar de Kwattaweg. Omdat het nog vroeg in de middag is, besluiten we te proberen naar de zee te fietsen, die volgens Jan niet al te ver weg kan zijn. Het is tenslotte stralend weer geworden. Een eindje de Kwattaweg af slaan we de HenryFernandesweg in.

Weer swampen aan beide kanten van de weg. Op de schaarse droge plekken staan warempel huizen. Dikwijls omgeven door modderplassen, waarin kinderen spelen. Een vrouw is bezig voor het huis haar kinderen te baden, terwijl even verderop een vrouw een maaltje vis uit de sloot hengelt. Het lijkt wel of half Paramaribo hier zijn favoriete visstek heeft. Tientallen mannen en vrouwen staan langs de kant van de trens en houden wel vier of vijf hengels in de gaten. Na enige tijd gaat een redelijk zandpad over in een modderig karrenspoor. Als we tenslotte bij de kust aankomen blijkt het eb te zijn. We zien alleen een moddervlakte, zover als het oog reikt, waarin vreemde varenachtige planten en dode boomstronken. Bij nadere beschouwing krioelt het in de modder van krabbetjes, die in en uit hun holletjes kruipen en zwaaien met hun ene grote schaar. Helaas hebben we geen tijd meer om het een en ander aan een nauwkeuriger onderzoek te onderwerpen. Op de eerste blijken de muskieten hier talrijk en irritant  belust op mensenbloed. Op de tweede plaats breekt me daar ineens een hoosbui los. De poncho's die we bij ons hebben kunnen niet verhinderen, dat we door en door nat worden. Binnen tien minuten was de bui ook wel weer over en aanvaardden we welgemoed de terugtocht.
Zo, nu nog wat nieuwtjes uit de huiselijke kring. We hebben nog steeds geen eigen telefoon, ook al is die al verschillende malen door de LTT (het Lands Telegraaf en Telefoon bedrijf) aangekondigd. Ik heb nu twee weken met ene mijnheer Jones, een expert van de ITU, de International Telecommunication Union) gepraat. Hij is hier om ons te helpen met de opzet van een statistisch bureau in verband met de planning van uitbreidingen van telefooncentrales en de verbindingen daartussen. Hij zal misschien zondagmiddag met vrouw en kind op theevisite komen. Benieuwd hoe dat afloopt.
Marga is er in geslaagd de naaimachine kapot te krijgen.
Wel, dat is niet helemaal eerlijk. Een zwakke schakel, namelijk de knop, waarmee je de steekgrootte regelt heeft het begeven. En zo'n knop is in heel Suriname natuurlijk niet te vinden.
Wel ik stop er mee. Vanavond moeten nog meer mensen aan bod komen. Dus de groeten aan iedereen en tot schrijfs! (Ook diegenen van wie we nog niets gehoord hebben.) Frans

Het is toch jammer om dit stukje onbeschreven te laten, al was het alleen maar met flauwekul.
Er is nog een beetje nieuws. Vandaag hoorde ik van Annelies, dat er een plaatsje vrij is voor een medisch typiste. Dus daar ga ik morgen achteraan. Het blijkt, dat ik mijn uren dan zelf mag uit zoeken. Annelies heeft het zelf een tijdje gedaan en zij deed het drie ochtenden in de week. Het lijkt me echt wel iets. Het is een vreselijke strop, dat de naaimachine het begeven heeft. Het zal wel een duur grapje worden als we het onderdeel uit Nederland moeten laten komen. Frans heeft het nu met plasticlijm geplakt en we hopen maar dat het het houdt. We gaan misschien een cassetterecorder kopen. Bij Kersten (een groot warenhuis) te koop voor Sf 85,- afgeprijsd van Sf 160,- Eens kijken of het wat is. Zo is het blad toch nog vol gekomen.
Nogmaals groetjes, Marga

Geen opmerkingen:

Een reactie posten